Japanse Kers
JAPANSE KERS EEN SIERAAD VOOR DE STRAAT
Toen ik geboren was zou ik Irene moeten heten. Maar in het stadhuis was mijn lieve doch altijd verstrooide vader vergeten wat mijn naam moest zijn. Hij verzon van alles. Gelukkig was mijn oma erbij en zei: 'Noem haar dan Annette.' En zo is het geworden. Al heb ik dan niet de naam, maar ik heb wel de liefde voor bomen met prinses Irene gemeen. Irene beschreef hoe bang zij was na jaren vrij onopvallend in Canada geleefd te hebben en plotseling in Nederland door de pers omringd werd. In de tuin van paleis Soestdijk stond een grote boom die haar als het ware uitnodigde onder zijn beschermende takken. Daar werd zij rustig van.
Warm plekje
Toen wij in onze huidie woning trokken, was er niks vriendelijks aan. Wij hadden ons oude huis verkocht, maar met het nieuwe waren problemen zodat wij ervan af zagen. Nu hadden we snel een huis nodig en dit stond leeg. Grote meubels van de vorige bewoner stonden nog midden in de kamer. Het rook muf en het was donker. De wel grote tuin was verschrikkelijk. Het enige vriendelijke was de schitterende Japanse Kers die vol in bloei stond. Hij verwelkomde ons als het ware en gaf ons moed om er wat van te maken. Het huis is nu licht en helemaal naar ons zin. De tuin is één bloemenzee. En de Japanse Kers heeft nog steeds een heel warm plekje in ons hart.
Sneeuwbui
Je hebt vele soorten Japanse Kersen. Met mooi donker blad, of lange slanke bomen, de kleine Prunus en de grote overdadige bloeier. Als in Japan de bloei begint, is dat groot nieuws. Het wordt bekend gemaakt en mensen gaan dan in de parken of overal waar ze bloeien onder de bomen picknicken. En dat gaat 's avonds en zelfs 's nachts door. Dat begin heet Kaika. Dat kijken naar en genieten van die bloesems heet Hanami. En als de bloesems weer vallen noemen ze dat sneeuwbui: Hira hira. Ze mopperen niet om die blaadjes, dat veeg je van de straat en in het gras of op de aarde; hoef je er niks meer aan te doen. Het verdwijnt vanzelf en is weer mest. De kleur is mooi, dus geniet ervan. In het najaar, als het blad goudkleurig wordt, droog ik er altijd wat van tussen een oud telefoonboek. Als je later eens tijd hebt, kun je het gebruiken om leuke dingen mee te maken. Als je het dan even in het water legt, wordt het blad wat buigzaam en kun je er dingen mee versieren. Een boom om van te genieten.
Annette van Grondelle
Vorige: De lindeboom

